Religie en de taal van het onderbewustzijn

Willen we religie begrijpen dan kunnen we wellicht bepaalde ervaringen uit ons leven gebruiken. Bijvoorbeeld de ervaring van de droom. In de droom nemen we een domein waar, waar de regels van tijd en ruimte zoals we die in het dagelijks leven kennen, niet gelden. In droom gaat het om associatie en intensiteit. We kunnen in een droom iemand tegenkomen die onze zus is en tegelijk heel iemand anders. We kunnen ook een plek waarnemen die ons huis van geboorte is en tegelijk een ander huis. We bevinden ons in het domein van het onderbewuste, waar een symbolische taal ‘heerst’.
Dromen an sich zijn een zeer interessant domein waar bijvoorbeeld Erich Fromm een zeer interessant boek over heeft geschreven dat ik kan aanraden. In de moderne tijd is er soms wel interesse voor dromen ook, bijvoorbeeld bij de psycho-analyse. Daarbij kijken vanuit ons dagbewustzijn naar de betekenis van de droom en proberen hier iets van te leren.
We kunnen echter ook een omgekeerde weg volgen, namelijk naar het onderbewustzijn en naar diens taal toe. Dat is de weg van zowel kunst, religie als mythologie. Het zijn pogingen de mens direct in zijn onderbewustzijn aan te spreken. In tekst, in beeld, in rituelen. Direct op het onderbewustzijn in te werken. Het ‘verstand passerend’ zou je kunnen zeggen. Als we aannemen dat we allemaal uiteindelijk worden ‘gedreven’ vanuit ons onderbewustzijn, dan realiseren we de kracht hiervan. We kunnen ons dan ook realiseren hoe het ontbreken van enige begeleiding in de omgang met dit domein, gevaren met zich meebrengt. Tegelijk is een ‘verkeerde’ begeleiding natuurlijk ook altijd een risico.
Als we vanuit historisch perspectief kijken, dan denk ik dat je kunt zeggen dat verschillende religies op totaal verschillende manieren met dit domein zijn omgegaan. In het voorchristelijke germaans-heidendom bijvoorbeeld wordt er veel aandacht besteed aan de voorouders. De voorouders – modern psychologisch vertaald – zijn de vaste inwoners van ons onderbewuste. Via rituelen worden de voorouders ook betrokken in het wakkere bewustzijn. Rituelen vinden meestal plaats op het tussenvlak van onder- en dagbewustzijn.
Voor de moderne mens zijn mythologie en rituelen vaak moeilijk te begrijpen omdat we zijn opgegroeid met de idee dat er zoiets bestaat als een materiële werkelijkheid en daartegenover ‘verzinsels’. Hoe anders is dat bijvoorbeeld in het Boeddhisme waarin de werkelijkheid juist een creatie van de geest is! Dat vormt dan ook de basis voor het hele ‘systeem’.

 

 

 

 

 

 

Denkruimte, democratie en waardigheid

Men zegt wel dat een democratie pas zijn brevet heeft gehaald als de macht twee keer overgegaan is, terwijl de democratie continuïteit vertoonde. Soms denk ik dat je dit ook over een individu kunt zeggen. Wij worden geboren en getogen binnen een bepaald gedachtegoed. Ergens in ons leven gaan we hopelijk zien dat dit niet het enige is en verkennen we ook ander gedachtegoed of andere manieren van leven. Misschien voelen we ons verraden, misschien vluchten we terug, of misschien vluchten we niet, maar realiseren we ons de warmte van onze eerdere wereld en verkiezen we daar naar terug te keren.

In mijn eigen leven zie ik continu hoe er nieuwe manieren van kijken en denkwijzen verschijnen. Ik wist dingen zeker en die bleken niet te kloppen. Ik wist wat goed was, hoe het zat. En nog steeds. En dan opeens is er weer een heel andere ervaring, een inzicht en alles gaat in zekere zin weer op de schop. Ergens is dat pijnlijk, vermoeiend, zoals de uitdrukking al doet vermoeden. Tegelijk schept het heel veel ruimte. Een ruimte die ook uitputtend kan zijn. Uitputtend als je deze expansie probeert te omschrijven, vast te pinnen. Het is de houding ten opzichte van die toegenomen ruimte, die bepaalt hoe deze ervaren wordt. Het lekkere is namelijk, dat er ook heel veel spanning wegvalt, morele spanning. Strijd. De strijd blijkt altijd persoonlijk te zijn. Daar zit een rare paradox in. Ik denk dat je namelijk een ‘externe strijd’ kunt voeren, zelfs letterlijk in een oorlog, zonder dat hier een persoonlijk strijd – als in: het ervaren van spanningen – bij komt kijken. Tegelijk kun je je hele leven een interne strijd voeren, zonder ooit een vinger te verroeren.
Ik moet ook denken aan het Oosterse verhaal over de Samurai die zijn vermoorde meester gaat wreken. Hij wordt door de dader in zijn gezicht gespuugd wanneer hij hem aanvalt. Dat maakt hem woest en daarmee heeft hij de verkeerde motivatie en verlaat het gevecht. Als de strijd dus persoonlijk wordt is deze onwaardig! We moeten dit bezien binnen een cultuur die waardigheid hoog in het vaandel heeft staan en in feite is dit de oosterse uitleg aan het begrip ‘rationaliteit’: gespeend van emoties. Dat staat haaks op de westerse variant, waarbij emoties ontkent worden en men daar dus geen opdracht voor zichzelf ziet, maar het uitbesteed aan het construct van een wetenschappelijke methode.

In het Boeddhisme is waardigheid een centraal begrip. Het vormt een richtlijn voor de houding in zowel spreken als handelen. De opdracht zit er in zichzelf niet te laten meevoeren door verlangens of angsten terwijl men handelt of spreekt.

Vanuit dat bezien kun je de toegenomen ruimte die ik eerder beschreef omarmen, omdat het een afbreken vormt van de ’te verdedigen waarheden’. Je hoeft dus minder te verdedigen en kunt je aandacht zelf richten, in plaats van dit je in een strijd wordt getrokken. Het is dan ook makkelijker om je waardigheid te behouden.
Zo kun je ook kijken naar de uitspraak van Jezus “Keer je tegenstander de andere wang toe”. Laat je niet afleiden, laat je niet meesleuren door wat je tegenkomt, richt je aandacht niet op hetgeen zich als tegenstander manifesteert. Houd je aandacht vast, behoudt continuïteit. Behoudt waardigheid.
Zo zijn we ook weer rond. Voor democratie is waardigheid nodig. Om continuïteit te behouden is het nodig dat we ons niet richten op het benoemen en bestrijden van tegenstanders, maar op wat zich voordoet in de werkelijkheid, in het land, in de wereld.

 

Ken u zelve

Van minimaal de oude Grieken tot hedendaagse vrijmetselaars is dit voor velen het lemma. “Ken u zelve”.
Wat betekent zo een uitspraak? Bij de uitleg lopen we tegen een paradox aan. Want het is ons wereldbeeld waarmee we deze uitspraak bezien en dat bepaald ook de opdracht die eruit voort komt. Een Verlichtte/ Moderne interpretatie zou kunnen zijn: ken je psyche. Weet hoe je bent, hoe je reageert, ken je gevoeligheden, etc. De uitspraak “ken u zelve” heeft maar drie woorden, maar alledrie zijn ze allesbehalve vanzelfsprekend. Laten we eens naar die drie woorden kijken. Ken. Je kunt dit als een oproep lezen, in gebiedender wijs van het werkwoord kennen. Daarover hebben filosofen al boeken vol geschreven, maar voor nu wil ik slechts even een tipje van sluier oplichten over de ruimte die hier zit. Kennen lezen wij modern bezien meestal als ‘bepalen, vaststellen’. We lopen door een weiland en kennen een bepaalde bloem en zeggen: dat is een madeliefje. We hebben het vastgesteld. Hieraan is onbewust een heel proces aan vooraf gegaan waarin is afgesproken wat een madeliefje is, enzovoort. Laten we hier eens mee gaan experimenteren. Stel nu, we doen het zelfde met een rups. Je voelt de bui al hangen. Die wordt op een gegeven moment een vlinder. Dan is de factor tijd toegevoegd. Tijd is verandering. Niet alleen de rups wordt een vlinder, maar in diezelfde tijd wordt die vrolijke man, een boze man. Hoe kun je dan iets kennen als het veranderd? Dat kan dus eigenlijk niet. Al helemaal in de context van ken u zelve, want hoe kun je nu iets kennen dat continu verandert en waarbij ook nog eens de interpratie door de ‘kenner’ telkens verandert? Onmogelijk om vanuit een veranderend subject (ik) een veranderend object (jezelf) te kennen. De moderne interpretatie is wat mij betreft dus niet bruikbaar.
Toch heeft deze uitspraak velen bezig gehouden. Dat komt omdat er ook anders naar gekeken kan worden. “Je begrijpt het als je het ziet” zou Cruijf zeggen. Laten we verder kijken. Ken u zelve. U zelve lijkt voor de hand te liggen. Maar daar zit hem nu juist de crux en ook meteen de afstand tussen het moderne wereldbeeld en bijvoorbeeld het Boeddhistische. Modern denkend, denk je bij u zelf aan je lichaam en de psyche die daar ergens in verstopt zit. In het Boeddhisme ligt het anders. Daar is er de ‘eigenlijke Boeddha natuur’ de ‘kern’, het u zelve en gaat het erom dat zelf te leren kennen. Waarbij kennen dan eerder ‘ervaren’ betekent. Dat ervaren kent vervolgens geen ‘u’, althans niet ‘in’ de ervaring. Het is juist het moment waarop de mens zichzelf ‘vergeet’. Een mooie paradox, of eigenlijk een taalprobleem. Voor het Boeddhisme zijn lichaam en psyche één en hetzelfde, verschillende lagen van hetzelfde zou je kunnen zeggen. Je kunt daarbij denken aan de lichamelijke reactie die bij emoties hoort, blozen, warm worden, de vuisten ballen, enzovoort. Bij dieren zie je het ook goed, de dikke staart van een kat drukt angst uit. Voor het Boeddhisme (en ik denk alle mystieke religievarianten) is er een bewustzijn dat niets met die psyche van doen heeft. Het samenvallen met dat bewustzijn, het ervaren van de eigenlijk gelukzalige Boeddha natuur, dat is waar men ‘zichzelf’ leert kennen.
Hoe het bij de oude Grieken zat kan ik wel iets over zeggen, vanuit de Griekse mystiek. Er waren in Griekenland plekken waar mensen van hogere leeftijd, die een bepaalde ontwikkeling kenden, konden worden ingewijd in het ‘ken u zelve’. Met behulp rituelen waar gebruik werd gemaakt van hallucinerende middelen, kreeg men ervaringen die het begrip van ‘het zijn’ en ‘het zelf’ deden uitbreiden. Men werd ingewijd in de aard van de realiteit, hetgeen uiteindelijk hetzelfde is als ‘ken u zelve’. Misschien was het niet heel anders bij allerlei Indiaanse stammen. Het Hindoeïsme kent natuurlijk ook net als het Boeddhisme allerlei methoden om de ervaring te doen kantelen en op die manier ‘zichzelf’ te leren kennen.
Qua methoden of rituelen weet ik het eigenlijk niet zo in het Christendom op dit punt. Ik hoor er graag meer over. Wel wordt er door Jezus herhaaldelijk naar verwezen als hij het heeft over Het Koninkrijk Gods, tenminste als je net als ik er vanuit gaat dat dat een ervaringstoestand is. Lucas 17:20-21
“Het Koninkrijk van God komt niet op een waarneembare manier, en men zal niet zeggen: ‘Kijk, hier is het!’ of ‘Daar is het!’ Want zie, het Koninkrijk van God is in uw midden.”

From knowing to becoming

Het was voor mij heel inspirerend om ‘Zen en de kunst van het motoronderhoud‘ te lezen – ik geloof dat ik hem ook twee keer las. Hierin wordt Henri Poincaré opgevoerd met zijn theorie dat voor ieder fenomeen oneindig veel hypothesen op te stellen zijn. De implicaties hiervan zijn gigantisch en in feite ondermijnen ze compleet het hele modern-wetenschappelijke construct. Het impliceert dat je in feite geen waarheid kunt vaststellen, maar alleen een gebied van aandacht kunt vaststellen. Dat betekent dat het wetenschappelijke proces, eigenlijk meer zegt over de samenhang tussen de vraagstellers, dan over de werkelijkheid die zij onderzoeken. De samenhang tussen hen ligt simpelweg in een vertelsel of narratief dat de vraagstellers bindt. Men stelt de vragen die dat vertelsel bevestigen. Zo schept men een bepaald aandachtsgebied of realiteit. Dat geldt zowel binnen de moderniteit, als binnen bijvoorbeeld een Christelijk of ander denksysteem of vertelsel. Uiteindelijk is het proces rondom het vertelsel (paradigma) een sociaal proces, waarbij men elkaar in de gaten houdt en wijst op de grenzen van het paradigma. Binnen dat paradigma zijn de helden zij die praktische resultaten halen die het paradigma bevestigen. Zekerheid geven, bevestiging.
David Bowie zingt ‘I don’t want knowledge, I want certainty’, daarmee de mens typerend. Hoewel, misschien is het niet alleen de moderne mens, het is de mens überhaupt. Misschien kun je zelfs stellen: het sociale dier überhaupt. We zijn sociale dieren, zo overleven we en daarom zijn we zo sterk afgestemd op elkaar. De Vertelsels van de primitieve mens in zijn holen zijn niet wezenlijk anders dan die van de mens in zijn hoge flatgebouwen en zijn hoge technologie. Het is zijn manier om met elkaar af te stemmen, betekenis te geven, taken te verdelen, enzovoort. Meer is het niet. Misschien is het einde van een paradigma in zicht wanneer een groeiende groep mensen er niet meer in gelooft, wanneer men de barsten begint te onderzoeken. Misschien is het zo dat men er niet meer in gelooft omdat men ziet dat het ‘het lichaam’, het collectief waartoe men behoort, begint te vervallen. De zoektocht naar nieuwe paradigma’s intensiveert.
Dat gezegd hebbende moeten we ook naar de andere kant kijken, waarin de mens zich ‘direct’ verhoudt tot de werkelijkheid, zonder doel. Dan is immers geen hypothese nodig en komt het vertelsel meer op de achtergrond te staan. Je zou dit het ‘verworden’ kunnen noemen. Een proces waarbij het er niet om gaat de werkelijkheid te omschrijven en ‘buiten zich’ te plaatsen, maar er juist één mee te worden. In de Christelijke traditie heeft men het wel over ‘Door het Vlees’. Ik gebruik ‘verworden’, omdat het fundamenteel gaat om een dynamisch proces, alles stroomt namelijk en het verbinden met de stroom betekent zelf te gaan stromen. Eigenlijk is er dus geen zelf, er is alleen maar stromen. Binnen groeit naar buiten en buiten groeit naar binnen. Dit kan een vorm hebben die wij geneigd zijn ‘mystiek’ te noemen of via meditatie, enzovoort. Maar het kan ook via de poëzie, de kunst in zijn algemeenheid, of door in de natuur te verblijven. De grens tussen religieus en niet-religieus is wat dat betreft voor mij ook een vertelsel. De essentie zit hem veel meer in de houding.

Ooit deed ik een Vipassanna retraite (11 dagen in stilte mediteren) in Thailand. Tussen de monniken dus. Daar waren monniken bij zo licht als een veertje, een en al straling. Maar op een dag werd ik gecorrigeerd door een monnik over hoe je precies je hand hoort te bewegen. In hem straalde geen enkel licht. Dat heeft voor de rest van mijn leven verteld: de methode is nooit een garantie. Zo ook is natuurlijk te leren in het boekje Siddharta van Herman Hesse, de vader van mijn naam.

Rutger Kopland over Mystiek

Bij vlagen lees ik in het prachtige boekje ‘Mechaniek van de ontroering’ van Rutger Kopland.

Ik hoop iets te kunnen overbrengen van wat hij zo mooi weet over te brengen. Er is altijd het risico dat het geschrevene buiten de context aan levendigheid verliest, maar goed, ik neem het risico.
Over mystiek – of het numineuze – in proza te schrijven, is misschien wel een onmogelijkheid. Kopland laat zien hoe poëzie echter wel bij uitstek geschikt is om het contact met de mystieke dimensie op te roepen. De poëzie laat dingen ambigue, het is niet dit of dat, het is allebei, net als we in dromen zien en tijdens mystieke ervaringen.

Tijdens een wandeltocht door de natuur, ergens in Italië, zat ik eens op een bruggetje uit te kijken over een snelstromende rivier. Ik zag hoe lichtjes onder doken en weer opsprongen verderop in de rivier. Even was ik deel van een andere wereld, van een andere tijd, een andere dimensie. De wereld had zich anders getoond dan logisch gezien mogelijk was, lichtjes kunnen immers niet duiken. Even had ik het echter toegelaten, even zag ik de wereld zoals deze is. Even is daar het moment waarop het dagbewustzijn en het nachtbewustzijn één worden.

Voor wie dit nooit heeft meegemaakt, zal het altijd onbegrijpelijk blijven ben ik bang, maar laten we kijken wat Kopland er over zegt. Hij beschrijft de poëzie over de numineuze/ mystieke ervaring op dezelfde manier als schreef hij over de ervaring zelf.

“het gevoel en het weten dat de wereld zoals wij die zagen de werkelijke niet was, maar oplost en plaatsmaakt voor de wereld die wij niet kennen, dat is de ervaring waar het om gaat”

We zien dat er vaak raakvlak is tussen het denken over de dood en de mystiek. Dat heeft te maken met dat de mystiek de dood als het ware opent, laat zien dat de dood geen feitelijkheid is, maar een ervaring. Hij verwijst naar een gedicht van Campert:

Elk woord dat wordt geschreven
is een aanslag op de ouderdom
Tenslotte wint de dood, jazeker,

maar de dood is slechts de stilte in de zaal
nadat het laatste woord geklonken heeft
De dood is een ontroering.

“Het besef van een wereld die zich laat zien, zoals hij of zij is, is een besef van eigen tijdelijkheid. Alsof de wereld stolt. Dan pas voel je de tijd.”

Het interessante hier vind ik dat je tegelijk kunt zeggen dat de eigen tijdelijkheid in die ervaring juist wegvalt. Er is alleen nog maar. Doordat ‘je’ uit de tijd bent gegaan, stroomt deze als het ware langs.

Kopland beschrijft hoe juist die kwaliteit van de poëzie, de kwaliteit van het ongedefinieerd laten, het niet-weten, de mystiek als het ware mogelijk maakt. Het zelfde geldt voor de symboliek, ook die is – zoals ik dat noem – radicaal subjectief. Laat ruimte voor de lezer of toeschouwer om er zich op eigen manier toe te verhouden. Daarom is de kunst ook de enige mogelijkheid om over mystiek te communiceren.

Axis Mundi

At the Vuurol theater festival, right next to the fence of Princess Beatrix's home, I had the opportunity to create a work of art. It became a fourteen-meter-long cathedral/cross/human, with a tree growing out of it, right through the heart. The work is entitled “Axis Mundi”. The Axis Mundi is the Latin name for the concept of the World Axis or World Navel, also known as the World Ladder. It represents the center of reality and is the navel of space-time. It is the point where earth, higher and lower worlds are connected. Almost all religious movements, from the Indians to the Germanic people, have this concept. Usually there is both a mythical variant, such as Yggdrasil/Irmindsul, the Axis Mundi/World Tree of the Germanic people, and a physical tree in one's own reality that represents the mythical variant.
Temples often also fulfill the 'earthly' variant of the Axis Mundi. In Christianity the church can be seen as Axis Mundi.
On the tree are handprints of those who preceded us in the search.


You could also go inside. There you would find rugs to kneel on in the direction of The Tree. Kneeling, you placed your face in a hole in the earth, smelling the sweet scent of spring earth. In a soft flickering light you saw a phrase. The first long 'nave' had two holes, the other three also each had a rug directed towards The Tree. In the right aisle you knelt towards a statue of Jesus, nailed to The Tree. In the upper aisle towards the Buddha, in the left aisle towards a goat skeleton.

The Axis Mundi is a concept that is perhaps not easy to understand. The modern mind is trained to think analytically, things are either this or that. In the symbolic world – on which religions are built –  this does not apply. Just like in a dream, concepts can be fluid and double. In a dream you can encounter someone who is your sister and at the same time looks very different, for example. Dreams speak to you through 'association and intensity', without boundaries in time and space. In fact, this is the language of the mind anyway. Art and religion function at the interface between that language and the 'agreed' language. In a sense, the Axis Mundi also represents the connection between these different worlds.

Mycellium Conscius

Since April 28, this work of art has been on display at De Woudkapel, Beethovenlaan 21 in Bilthoven.

In short (under extended version)

During a trip through the German hills I saw a church tower lying in the sun between two trees in the valley. This tower was covered by a creature, somewhere between fungus, animal and God. The creature was enveloping the building, taking it over. It had eyes, consciousness. What was that, what was going on here? The image stuck with me and made me think.

I moved what I saw in this vision from that German roof to the roof at the Woudkapel.

I think the language of the vision is close to the language of dreams and mythology. We can therefore ask ourselves what we are looking at, as if we were looking at a dream or seeing a drawing in a myth. Who or what is this creature and what does is it up to?

Mycelium Conscius.

A new type of fungus seems to have appeared on our earth, the Mycelium Conscius, a sentient species of fungus. I saw it myself in a vision, during a car ride in the German hills. In a flash between the trees along the road. The creature lay on top of a church tower. It sat there unmoving, consuming the building like a carpet of mushrooms on a fallen tree. However, it had many eyes. On one side it radiated a completely primitive energy, on the other side it looked like a Deity. Grand, untouchable and awe-inspiring.
Once we arrived at the church, it turned out not to be real, but 'just' a vision. Something in me had projected this image onto the church tower in a flash. Had it been 'real', I now realize that it would have been of less significance than in a vision. The image stayed with me and I tried to hold on to it.

The ability to actually create this vision on a church building was of course a wonderful coincidence. I was able to pass on the prophecy from the vision.

I often wonder if my work isn't already done. In fact, yes, because I think everyone can determine for themselves what this prophecy means for him or her. However, this requires quite a bit of concentration and in this case I am also only a spectator of the vision. Now that the opening has taken place and I have had some response, I would like to elaborate further on what emerged.

I think it is a good idea to first consider fungi. If you were to divide the world into growth and division processes on the one hand, which we often call 'life', and decomposition processes, which we often call 'death', on the other, then the fungi are often more on the decomposition side. A tree falls and it does not stay there forever, because fungi in particular break down the tree into small particles, creating fertile soil again. The basis for new 'life'.

The most common reaction among members of De Woudkapel to the work (also the name of the church against which the work is located) was: “A scary creature is attacking our Woudkapel. Why?".

Let's take a look at that, also taking into account the situation that De Woudkapel finds itself in. The Woudkapel is a community of liberal Protestant origin. The number of members has decreased over the years and is aging rapidly and it is becoming increasingly difficult to find enough active volunteers to run the organisation. On the other hand, there is an extensive substantive program and every effort is made to develop new concepts and remain relevant in new ways.
This situation is not unique in the Netherlands, many (former) churches have similar problems.

What I find interesting in this context is that the creature seems to focus on the building. I would like to discuss this further, because it is not self-evident that the building plays such a central role in religion. In the Shinto faith, for example, a temporary structure is erected only for a ritual, after which it is burned again. The cycle is eternal, but not the building, therefore the Mycelium Conscius would not be interested in it, I think. In Christianity, the tradition arose (after several centuries) to express eternity in the building. The emphasis is on (in)finity rather than on the cyclical. Reincarnation also does not exist in Christianity, although there are voices that say that this concept was only removed since the 4the century has been deleted (approximately the period when The Devil made his appearance and Christianity itself transitioned from a sectarian to an institutional religion). Maybe the mycelium conscius asks us questions about the role of the building or more broadly: the institute. Both have a strong 'tenacious' character. What is a religion, what is a community without its building or without the institution? What fears does thinking about this arouse, what mental space does it create?

Not only churches, but also bridge associations, organizations such as Rotary and many other types of associations face a similar situation, where the extinction of the institutionally oriented generation seems to be accompanied by the demise of the institutions that organize connections in society. This breakdown continues, despite the recurring need for connection. There seems to be no way back, the institutions do not appeal to new generations.

We can also zoom out even further. Then we come to a subject that is perhaps the most difficult for Western people. We grow up in a world that is about making, obtaining and consuming things. Apparently we expect a lot from this. It's so obvious that we can no longer see it, like the fish that cannot see the water. We spend a lifetime talking about it. We live in a huge manufacturing machine. Our making machine is based on extracting raw materials from the earth. In fact, we are uncovering more and more of what was underneath. We don't really know what to do with it afterwards, it has only come to our attention for a few decades. This also stems from that belief in (in)finity. We want to get on with it. We're on our way somewhere.

In the mythology of many peoples, a connection is made between the health of the land and the (mental or moral) health of the people. The barren land is actually a metaphor for the barren mind.

Here I see a mythological creature emerging from the earth, which has started the work that fungi always do: breaking down. The ground becomes emptier and emptier, new nutritional elements are needed for a fertile earth, a fertile mind.

Mycelium in the spotlights

In recent years, fungi have received a lot of attention. One of the underlying reasons for this is that the legislation surrounding the psychoactive substances of magic mushrooms and related substances has been relaxed, especially in the US. A lot of research is being done into the psychiatric application of psychoactive substances, especially from fungi, such as mushrooms. It is becoming increasingly common among people in their thirties and forties to experiment with these substances. Unlike teenagers and people in their twenties, the approach is more focused on personal and spiritual development. Even in training and courses aimed at personal growth, you should no longer be surprised when you are to eat a medicinal plant .

In addition, a view is increasingly emerging that attributes a major role in history to psychoactive substances. To name two. The 'Stoned Ape' theory, which claims that humans actually emerged because the monkey developed greater consciousness by eating psychoactive fungi. Other theories attribute a major role to psychoactive substances in the religious rituals of the past. Particularly with the ancient Greeks.

Even now - when we seem to be a the dawn of the narrative worldview, of which the Enlightenment can be called the culmination - it is logical that our attention returns to the fungi, as they promise to cure us of life in logic and plans. Fungi that seem to represent a more earthly intelligence. In the context of this work of art, I am now also following a so-called microdosing treatment. I take a small amount of psychoactive substance (truffles from a psychedelic mushroom) every three days. The approach is to follow the treatment for a month.

Exhibition at De Woudkapel, Bilthoven.

My solo exhibition in the Woudkapel in Bilthoven started on September 5.
The theme of the exhibition is Religion is Art & Art is Religion. The exhibition lasts until October 27 and is a collage of visual work, texts and photos. On September 24 from 3:30 PM to 5:30 PM I will 'open' the exhibition with an extensive explanation of the theme. You can register by sending an email to this email address: opgeven@woudkapel.nl